Opleiding tot Triagist

Sinds 21 september 2007 heeft Latona Organisatie & Opleidingsadvies de certificering voor de opleiding tot triagist toegekend gekregen. Deze certificering verleent Latona Organisatie & Opleidingsadvies de bevoegdheid tot het uitvoeren en examineren van de opleiding tot triagist en het uitreiken van het erkende diploma.

Onderstaand volgt een kort overzicht van activiteiten ter uitvoering van de opleiding tot triagist. Bij de uitvoering van het opleidingsprogramma wordt uitgegaan van een groepsomvang van minimaal acht en maximaal twaalf deelnemers per groep*.

Binnenschoolsprogramma

0-meting inzake de aanwezige kennis rondom triage
Deze 0-meting is bedoeld om zicht te krijgen op het kennisniveau van de deelnemer en wordt afgenomen in de vorm van een MCQ-toets. De 0-meting is gebaseerd op:

  • een inventarisatie van de als moeilijk ervaren aspecten in het triageproces
  • de vanuit de literatuur bekende valkuilen in het triageproces
  • de Nederlandse Triage Standaard (NTS), zoals die is opgenomen in de NHG-Triagewijzer.

0-meting inzake de aanwezige communicatieve vaardigheden
Aan de hand van een auditscorelijst (gebaseerd op de HAAK-communicatiecriteria) wordt van iedere deelnemer vooraf een uitgangssituatie bepaald aan de hand van drie beluisterde gesprekken. Een ervaren HAAK-trainer scoort deze gesprekken op medische kennis, het gebruik van de NTS en de communicatieve vaardigheden. Het resultaat van deze 0-meting vormt het startpunt van coaching en ontwikkeling inzake de vereiste communicatieve vaardigheden.

Basisprogramma

Telefonische triage
De kwaliteit van triage(gesprekken) wordt in belangrijke mate bepaald door de combinatie van communicatieve vaardigheden waarover de triagist beschikt, de inhoudelijke kennis van (medische) zaken, alsmede methoden & technieken van triage volgens de NTS. Alle drie deze aspecten komen tijdens de opleiding ruim en onder gevarieerde omstandigheden aan bod.

Fysieke triage
De principes van telefonische en fysieke triage onderscheiden zich nauwelijks van elkaar, toch zijn er ook verschillen tussen beide vormen van triage. Dit rechtvaardigt een evenwichtige aandacht in het opleidingsprogramma tussen telefonische en fysieke triage.

Het basisprogramma omvat zeven dagdelen.

Specifiek programma

Het tijdens het basisgedeelte gelegde fundament vormt hét vertrekpunt voor het specifieke deel. Het specifieke deel wordt opgebouwd rond groepen van klachten waarmee een hulpvrager zich kan presenteren (buikpijn, hoofdpijn, kinderen, thoracale klachten, traumatologie, etc.). Ook aan het herkennen van kindermishandeling wordt ruim aandacht besteed. Het specifieke programma omvat vijf dagdelen.

NHG-Triagewijzer of NTS-applicatie
De trainingen in de Nederlandse Triage Standaard kunnen worden verzorgd met gebruikmaking van de NHG-Triagewijzer en/of een NTS-applicatie in het call management systeem zoals dat in de eigen organisatie wordt gebruikt.

Buitenschoolsprogramma

Het buitenschoolse gedeelte van het opleidingsprogramma vindt plaats op de eigen huisartsenpost. In het praktische gedeelte van de opleiding wordt uitgegaan van een actieve rol van de deelnemer, met daarin een eigen verantwoordelijkheid voor het leerproces. De deelnemer ontwikkelt zich door samen met collega’s en een aan hem vooraf toegewezen praktijkbegeleider actief kennis en ervaringen te verzamelen. Tijdens het praktisch gedeelte van de opleiding traint hij zich in (of wordt hij getraind in) de specifieke vaardigheden en houding die van een triagist worden verwacht. De intensiteit van begeleiding en de wijze waarop, wordt in overleg met de praktijkbegeleider bepaald en vastgelegd in het werkportfolio.

Opdrachten

Om het volledige praktijkprogramma te doorlopen dient aan het eind van de opleiding per deelnemer te zijn afgerond:

  • een praktijkopdracht
  • wordt de deelnemer geobserveerd in zijn rol als triagist, met behulp van de auditscorelijst
  • wordt de deelnemer beoordeeld in zijn ontwikkeling aan de hand van de competentiekaart.

Voor de invulling en afspraken inzake begeleiding, observatie- en beoordelingsmomenten worden vooraf afspraken gemaakt met de praktijkbegeleider van de huisartsenpost. Deze afspraken worden vastgelegd in het werkportfolio van de deelnemer en zijn voor alle partijen bindend. De binnen de eigen organisatie gangbare instrumenten t.b.v. de auditing en competentiebeoordeling kunnen ook tijdens de opleiding tot triagist gebruikt worden.

* een groep kan bestaan uit assistenten vanuit meerdere huisartsenposten

Regeling behandeling bezwaren studenten

Site door WebZenz.